Als hulpmiddel voor wetenschappelijk onderzoek is er in Nederland een vergunningenstelsel waaronder in het wild levende
vogels mogen worden gevangen om ze te ringen en los te laten. Dat zorgt op het Vogeltrekstation voor de volgende werkzaamheden:
Ringvergunningen. Ringvergunningen (aanvragen voor) worden door ons, onder een mantelvergunning van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, beoordeeld, toegewezen (of niet), uitgereikt, verlengd (of niet), gewijzigd en als daar gegronde reden voor is (tijdelijk) ingetrokken. Aan de evt. toekenning en wijziging hangt een traject van kwaliteits controle van de ringer en de beoordeling van het bijbehorende project-plan. Correspondentie over klachten over ringers komt gelukkig zelden voor. De ringvergunning is één jaar geldig en kan worden verlengd.
Controlerende instanties (Politie en AID). Elke legaal controlerende instantie (politie, aid, boa) krijgt van ons alle medewerking. Het werk van politie, aid en (vrijwillige) boa's bestaat o.a. uit het doen van controles. Tijdens zo'n controle stuiten zij soms op activiteiten waarbij navraag nodig is. Als die informatie bij het Vogeltrekstation vandaan moet komen (bv. 'wie heeft die vogel geringd', of 'heeft die ringer wel toestemming in dat terrein') dan krijgen zij van ons z.s.m. (als het in ons vermogen ligt op 'du moment') alle medewerking die daarvoor nodig is. Als het verzoek om informatie ons bereikt per telefoon of privé; e-mail (dus niet op controleerbaar dienst-briefpapier), dan doen we bij de overkoepelende instantie even navraag of de vragensteller daar wel als zodanig bekend is. Een paar maal per jaar bereiken ons namelijk vergelijkbare vragen waarvan de identiteit van de vragensteller niet te achterhalen is.
Certificeringssysteem. Het Ministerie van LNV duwt nogal tegen ons aan om de wet tot in de kleine letters na te leven en zet ons onder druk hogere eisen aan de ringers te stellen. Om deze redenen hebben we in 2001 een certificeringssysteem voor alle ringers ingevoerd. Jaarlijks worden (a) meerdere certificerings-bijeenkomsten door ons georganiseerd en (b) op andere manieren ringers de gelegenheid geboden om te voldoen aan dat systeem, zodat hun ringvergunning kan worden verlengd.
Ringen. Per jaar worden er in Nederland zo'n 220.000 vogels geringd door ca. 420 ringers. Dus moeten er 'regelmatig' ringen worden gekocht. Prijs, kwaliteit en alternatieve leveranciers hebben altijd onze aandacht want die ringen zijn niet goedkoop. Het voorraadbeheer heeft onze uiterste zorg, want er is één item wat ringers "tamelijk onrustig" maakt en dat is onze mededeling "uitverkocht" als ze een bestelling doen. Komt nog bij dat onze huidige leverancier een ellendig lange levertijd heeft. Bestellingen voor ringen (per post, telefoon, fax, e-mail) komen dagelijks binnen en de verkoop ervan moet akelig nauwkeurig worden geadministreerd (papier en computer) anders weten we niet waar een ring is als er vragen over zijn.
Vangmiddelen. Om vogels een ring om te doen moet je ze vangen. Dat vangen gebeurt voor 90% m.b.v. mistnetten. Prijs, kwaliteit en alternatieve leveranciers verdienen altijd onze aandacht want die netten zijn duur. Mistnetten moet je rechtop neerzetten om mee te kunnen vangen dus leveren we ook stokken ervoor. De netten zijn (bijna) onzichtbaar, dus zijn ze dun en gaan regelmatig kapot, daarvoor leveren we verschillende reparatie setjes.
Diverse materialen. Bij een levende vogel moet een ring moet worden aangelegd en bij een dode vogel moet een ring kunnen worden afgenomen, dus we verkopen meerdere soorten aanleg- en afneem tangen. Aan vogels moeten meerdere lengtes worden gemeten en ook nog worden gewogen, dus we verkopen meerdere soorten meetinstrumenten.
Ringgegevens. Per jaar worden er in Nederland zo'n 220.000 vogels geringd. Die gegevens moeten bij het Vogeltrekstation worden aangeleverd. Een paar ‰ komt nog op zeer ouderwetse papieren ringlijst binnen, die sturen we door naar een vrijwilliger die dat voor ons intikt (zijn we zeer dankbaar voor). Dus alle (100 %) ringgegevens bereiken ons in electronische vorm en dat al sinds 1 januari 1991! Slechts zelden hoeft er nog in het papieren archief te worden gedoken (en dat moest 'vroeger' vele keren per dag). Die electronische gegevens komen binnen per (a) floppy, (b) als bijlage bij een e-mail en (c) op onze ftp-site; de software verwerkt dat 's nachts. De correspondentie over omissies, onbegrijpelijke fouten, niet geaccepteerd etc. vergt nog al eens wat tijd. De ringgegevens van buitenlandse vogels (nodig omdat die vogel in Nederland is teruggemeld) moeten helaas nog met de hand worden verwerkt (soms vertalen, controleren, evt. data bijzoeken, coderen, handmatig intikken).
Terugmeldgegevens. Die komen bij ons altijd binnen met elk denkbaar vervoersmedium, daar leven we van, dat is onze bestaansplicht. Per jaar zo'n 60.000 stuks, waarvan ca. 55.000 stuks electronisch door de ringers worden aangeleverd (per floppy, e-mail en ftp-server) en voor die verwerking is er gelukkig een computer. Zo'n 5.000 stuks per jaar (voornamelijk afhankelijk van de strengheid van de winter) ontvangen we per post, fax, e-mail en telefoon van leken-vinders en onze collega's uit het buitenland. Die moeten alle (!) worden gecontroleerd op ontbrekende gegevens, gecodeerd en met de hand worden ingetikt. Dat levert gemiddeld per werkdag ca. 50 papieren terugmeldingsformulieren op om te versturen. Ook meldingen van kleurringen aan vogels krijgen we toegestuurd en het is onze taak die 'tot de juiste ringer terug te brengen' en de gegevens ervan binnen te halen. Daarnaast krijgen we meldingen binnen van alle soorten ringen die er aan vogels kunnen worden aangelegd en dat zijn er (naast onze ringen) nog verrassend veel.
Projecten. Het VT heeft drie onderzoeksprojecten in het leven geroepen. Dat zijn CES (Constant Effort Site), RAS (Recapture Adults for Survival) en ESP (Euring Swallow Project). Die projecten hebben onze bijzondere aandacht en de begeleiding daarvan (b.v. invoer van ring- en terugmeldgegevens, verslaglegging, project begeleiding) krijgt daarom meer tijd dan ander ringwerk.
Software thuis: poot. Bijna alle ringers werken thuis met een door ons geleverd computer programma (genaamd 'poot') om hun ring- en terugmeldgegevens in te tikken. Per regel zo'n 20 toetsaanslagen, dus ca. 5.500.000 toetsaanslagen per jaar, dat is 'respectabel'. Met behulp van hetzelfde programma kunnen die ingetikte gegevens naar onze ftp-server worden gestuurd. Ringers zijn net mensen, dus velen snappen dat programma vrij snel, enkelen heel erg snel, en een paar kan je uitleggen wat je wilt......
Hard- en software op het VT. Al heel lang geleden (vanaf ca. 1960) heeft de automatisering op het VT zijn intrede gedaan. Jarenlang is er met ponskaarten gewerkt totdat in ca. 1980 de eerste computer zijn intrede deed. Sinds mei 2003 werken we met Microsoft SQL 2000 op een Windows 2000 platform, de clients op XP, de ftp-server op NT. In de database zitten gegevens van zo'n 5.500.000 geringde vogels (jaarlijkse toename ca. 220.000) en ca. 1.100.000 terugmeldingen (jaarlijkse toename ca. 60.000). Het reusachtige voordeel van zo'n computersysteem is dat het Vogeltrekstation naar verhouding veel meer gegevens per personeelslid verwerkt dan welke Europese ringcentrale dan ook. Een nadeel is de bijna totale afhankelijkheid van een goede werking van het systeem. Ons systeem is dermate specifiek dat we installatie, softwareonderhoud, foutdiagnose, database beheer, database managment etc, allemaal zelf moeten begrijpen en uitvoeren.
Website. Sinds januari 2002 hebben we eigen website (www.vogeltrekstation.nl). Heel veel tijd is besteed om zoveel mogelijk informatie op die site aan te bieden en het dient gezegd te worden: die investering verdienen we nu terug. De meeste vragen kunnen nu door ons worden beantwoord met: 'kijkt u daar en daar maar op onze site, daar vindt u wat u zoekt'. De winst in publiciteit is moeilijk te meten, maar het mag opvallend worden genoemd dat vijf dagen nadat de site in de lucht was er m.b.v. het actieve formulier op de site al een terugmelding uit Ghana binnen kwam. Gemiddeld komen er zo'n 40 terugmeldingen per week binnen via het actieve terugmeldingsformulier op de website. Een website maken kost veel tijd. Een website onderhouden wordt door velen onderschat, ook dat kost relatief veel tijd.
Op Het Vinkentouw. Op Het Vinkentouw is het drie á vier maal jaarlijks verschijnend contactblad voor de Nederlandse ringers (en een aantal relaties). Wij doen de eindredactie en (mede) de redactie. Er moet gezocht worden naar bijdragen (dat is soms moeizaam en tijdrovend en soms worden ze in je schoot geworpen) en bijdragen van het VT zelf moeten worden geschreven (algemene mededelingen, beleidsstukken, jaarverslag van ring- en terugmeldgegevens, rubriek met leuke terugmeldingen). De layout en het traject naar de drukker is ons werk. En last but not least moet de oplage van 600 stuks worden verstuurd.
Ringersdag. Eens per jaar, in december, organiseren we een dag waar we honderden ringers kunnen ontvangen. Voordrachten, korte praatjes en plaatjes moeten worden georganiseerd, agenda gemaakt, 450 uitnodigingen maken en versturen, contacten met de lokale ruimteverhuurder (zaal, stoelen, veranderende zaal indeling in de loop van de dag, dia- overhead- beamer en video projector, geluidsinstallatie, projectiescherm, koffie, thee, lunch).
Euring. Euring is de 'European Union for Bird Ringing', opgericht in 1963 en het is het samenwerkingsorgaan van (bijna) alle Europese ringcentrales. We zijn betrokken bij pardon, we (mede) initiëren nieuwe ontwikkelingen zoals (a) een gereviseerde EURING-code (Speek G. & Clark J.A.& Rohde Z.& Wassenaar R.D. & Van Noordwijk A.J. 2001. The EURING exchange-code 2000. Heteren. ISBN 90-74638-13-9.), (b) zoals een uniform website-adres op alle europese ringen. Eens per twee jaar wordt de 'EURING General Meeting' gehouden, waar natuurlijk in voordrachten allerlei onderwerpen de revue passeren, maar vooral waar alle collega's elkaar 'in de wandelgangen' kunnen ontmoeten.
Literatuur. Regelmatig wordt er gepubliceerd over zaken die de ringerswereld aangaan. Berichtgeving daarover is in de breedste zin van het woord, van wetgeving tot krantenartikelen tot determinatie tot wetenschappelijk onderzoek en alles wat daartussen zit. Dat hele gebied proberen we, zo goed en zo kwaad als het gaat, bij te houden.
Pers. Omdat we enige naambekendheid hebben over 'vogels' en 'vogeltrek' krijgen we wel eens verzoeken om te reageren op actuele onderwerpen (vogelpest, strenge winter, hete zomer, oudste vogel) of een verzoek om een interview (krant, tijdschrift, radio).
Kontakten in het veld. Als we geen voorzorgsmaatregelen nemen dan zijn voor ons vogels alleen maar cijfers op het toetsenbord, mistnetten alleen maar bestelnummers van de leverancier, ringers alleen maar een e-mail adres met wat tekst eronder. Voor ons, saaie typeslaaf en kantoorpik, is belangrijk dat we voeling met 'het veld' houden. Dus maken we af en toe tijd vrij om bij de ringers op hun vangplaats op bezoek te gaan. Op deze manier kunnen we als RC beter anticiperen op dingen die de ringers bezighouden en zijn de ringers beter op te hoogte van het reilen en zeilen van het Vogeltrekstation.
Klachten. Ook wij merken het aan de telefoon en aan de post: mensen worden steeds mondiger en vrijer en klimmen dus veel makkelijker dan jaren geleden in de pen of in de telefoon. Klachten bereiken ons op elk gebied waar het VT wat over te zeggen heeft: ringers die bezwaar aantekenen tegen een beslissing van het VT, melders van een ring die vinden dat wij iets onvoldoende hebben afgehandeld, toeschouwers die vinden dat ringers onverantwoord met vogels omgaan. Meestal kunnen we de gemoederen per telefoon aardig sussen, maar als het echt serieus wordt hanteren we een klachtenprocedure welke geregeld wordt door de Algemene wet bestuursrecht.
Post, telefoon, fax, e-mail. Over alle op deze pagina genoemde items bereiken ons vragen en opmerkingen, verwijten en complimenten, wijzigingen, aanvullingen, verbeteringen en bezwaarschriften (en ook nog over een heleboel andere onderwerpen, die wel met vogels maar niets met het ringen te maken hebben omdat we nu eenmaal naambekendheid hebben als 'Vogeltrekstation'). Dat komt binnen uit de driehoek Noordoost Canada, Zuid-Afrika, Oost Siberië. Eén meter boekenplank met woordenboeken is soms niet genoeg. De post levert per dag een stapeltje van 5-15 cm af. Er zijn dagen dat er 40x de telefoon aangenomen moet worden (ook dagen dat het verbazingwekkend stil is), de fax sterft langzaam uit en daarvoor in de plaats is er de e-mail: inclusief spam soms meer dan 100 per werkdag.
Stilstand is achteruitgang. Er is maar één constante op het Vogeltrekstation en dat is dat er altijd veranderingen (nodig) zijn. Nieuwe ontwikkelingen dienen zich aan en daar moet je op reageren. Voor de bestaande database en bijbehorende programmatuur is een uitgebreide wensenlijst aanwezig en we zijn altijd bezig met lijntjes uit te leggen om die wensenlijst te realiseren om zodoende nog effieciënter te kunnen werken.
Gerrit Speek NIOO-CTE, Vogeltrekstation
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 02 maart 2006.