| Ringvergunning, voorwaarden |
home → vogeltrekstation → informatie algemeen → ringvergunning
Het ringen van in het wild levende vogels wordt gebruikt als hulpmiddel om wetenschappelijk onderzoek te doen. Om zelfstandig vogels te mogen (vangen en) ringen moet men in het bezit zijn van een vergunning waarin u ontheffing wordt verleend van een aantal in de Vogelwet genoemde artikelen. Zo'n ringvergunning kan, onder auspiciën van het Ministerie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, worden verleend door het Vogeltrekstation onder de volgende voorwaarden:
Ons huidige beleid omtrent deze ringvergunningen staat vermeld onder beleid ringvergunningen.
Basis.
Men dient minstens 18 jaar oud te zijn. Met het rijpen
der jaren heeft men meer zelfkritiek, wat voor dit werk beslist noodzakelijk is.
Kennis, kunde, ervaring.
De aspirant ringer moet een gedegen kennis bezitten van de vogelsoorten, met hun verschillende (levens)gewoonten, die
hij wil gaan vangen en de vangmiddelen die hij daarbij gaat gebruiken. Deze kennis kan slechts verworven worden door
jarenlange praktijk in het veld. Men zal dus veel op pad moeten
met ervaren ringers, die de nieuweling moeten opleiden. De aspirant ringer mag niet zelfstandig opereren. De ringer
dient steeds in de onmiddellijke nabijheid aanwezig te zijn, zodat hij de aspirant voortdurend in het oog heeft.
Hoe lang deze opleiding duurt is niet te zeggen. Een
persoon die in de toekomst alleen nestjongen van kokmeeuwen wil gaan ringen, kan in één seizoen worden
opgeleid. Wie een uitgebreide ringvergunning wenst, waarbij het is toegestaan om van alle soorten vogels de nestjongen
te ringen en de volwassen vogels te vangen, zal veel langer moeten meelopen om alle facetten van het ringwerk onder
de knie te krijgen, (één stageperiode om het vangen van zangvogels m.b.v. mistnetten "onder de
knie" te krijgen duurt minimaal twee jaar, waarin minimaal 250 uur "aan het mistnet" moet worden
besteed en minimaal 1000 vogels moeten worden gehanteerd). Na afloop van minimaal drie stage periodes (waarbinnen
de minimale 'bagage' voor kennis, kunde en ervaring nauwkeurig is omschreven in de daartoe gehanteerde formulieren)
wil het Vogeltrekstation van de ringers op die stageplaatsen te horen krijgen of het hen is gebleken dat de aspirant
in alle aspecten van het door hem gewenste ringwerk voldoende niveau heeft om zelfstandig te werk te kunnen gaan.
Examen.
Na de stageperioden vraagt het Vogeltrekstation de
kandidaat een (paar) vangdag(en) door te brengen bij een ringer(groep) van
onze keuze. Inderdaad: dat is examen. Op die dag wordt er beoordeeld op (een standaard formulier
is hier aanwezig):
Aan de hand van het schriftelijk verslag van deze examendag neemt het Vogeltrekstation de beslissing of de kandidaat
een ringvergunning krijgt.
Wetenschappelijk onderzoek.
Er is maar één
wettelijk geaccepteerde reden om vogels te vangen en ringen: wetenschappelijk onderzoek. Denkt u in aanmerking te
komen voor een ringvergunning of uitbreiding ervan, dan dient uw aanvraag vergezeld te zijn van een
gedegen onderzoeksplan met alle aspecten die daarbij een rol
spelen (o.a. probleemstelling, literatuuronderzoek, methodiek, motivatie waarom de vogels moeten worden gevangen en
geringd, hoeveel gevangen en geringde vogels u voor uw onderzoek nodig hebt, tijdsduur, evaluatiemomenten (incl.
schriftelijke tussenrapportage), einddatum, geplande publicatie(vorm) (niet gepubliceerd is niet onderzocht !)
in een wetenschappelijk- of populair wetenschappelijk tijdschrift, etc.). Het is de verantwoordelijkheid van het
Vogeltrekstation om te beoordelen of zo'n aanvraag zwaar genoeg is voor een ringvergunning. Met de huidige capaciteit
op het Vogeltrekstation kunnen ook van de goed onderbouwde aanvragen slechts die enkele(n) worden gehonoreerd die er, naar
ons oordeel, kwalitatief bovenuit springen. Vanzelfsprekend is een eigen wetenschappelijk plan niet aan de orde als u
participeert in een bestaand project.
Als (als) uw plan wordt geaccepteerd dan hangt daar altijd een termijn aan, meestal enkele jaren.
Administratie.
De ringer moet een nauwkeurige administratie bijhouden. Deze administratie is de basis voor het latere
wetenschappelijke onderzoek. Ze bestaat hoofdzakelijk uit de notities 'te velde' en de verwerking van de ring- en
terugmeldgegevens met het computerprogramma 'poot', dat door het Vogeltrekstation ter beschikking wordt gesteld.
Kosten.
De ringers betalen hun eigen vangmiddelen en ringen en krijgen voor het werk dat ze verrichten geen vergoeding.
Voorschriften.
De ringer dient zich te houden aan de voorschriften die genoemd zijn in zijn/haar ringvergunning, en aan
de voorschriften die uitgevaardigd worden
door het Vogeltrekstation. De belangrijkste daarvan zijn: a. het op de juiste manier vangen en ringen van vogels;
b. het niet ringen van 'verboden' vogelsoorten; c. een correcte houding tegenover ondeskundig publiek; d. het
maandelijks inzenden van ring- en terugmeldgegevens.
Op eigen risico. Aansprakelijkheid.
Het meewerken aan het wetenschappelijk ringonderzoek geschiedt op geheel vrijwillige basis en het Vogeltrekstation
kan dan ook niet aansprakelijk gesteld worden voor ongevallen en ziekten (of welke nadelige gevolgen dan ook), die
kunnen ontstaan bij activiteiten daaromtrent.
Wel kwaliteiten, geen beschikbare plaats voor een kandidaat.
Wanneer iemand zelf vindt dat hij/zij aan alle bovengenoemde kwaliteitseisen voldoet en desnoods op eigen initiatief een
aantal stages bij ervaren ringers heeft doorlopen, dan kan het toch zijn dat hij niet bij het onderzoek
wordt ingeschakeld.
Het is b.v. mogelijk dat in dezelfde regio als de aspirant al één of meerdere ringers
actief zijn, of het Vogeltrekstation nadert zijn maximum capaciteit qua het verwerken van gegevens.
Het allerlaatste wat wij willen is valse hoop wekken, dus lees
altijd: beleid ringvergunningen en neem van te
voren kontakt met ons op om te polsen of het wel zin heeft te streven naar een ringvergunning.
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 21 november 2005.