Ringvergunning - stages.

home  →  vogeltrekstation  →  informatie voor ringers  →  beleid ringvergunningen  →  stages

VOGELTREKSTATION ARNHEM
Postbus 40, 6666 ZG Heteren      tel: (026) 479 12 34      fax: (026) 472 32 27
e-mail: info@vogeltrekstation.nl      website: www.vogeltrekstation.nl

Om voor een ringvergunning in aanmerking te komen moet er worden voldaan aan een aantal eisen, waarbij de eis voor kwaliteit misschien wel de voornaamste is. De vaardigheden ervoor kunnen alleen worden verkregen door stage te lopen als assistent bij een ervaren ringer. Deze pagina is geplaatst om een globaal overzicht van die vaardigheidseisen te geven.
Advies: lees in ieder geval ons  beleid  wat betreft een aanvragen/uitbreiden van een ringvergunning, want misschien komt u niet in aanmerking of is er voor u geen plaats.

Onderstaand volgen een aantal richtlijnen.

    De volgende vaardigheden spelen een grote rol:
  1. situatiebeoordeling: wanneer wel of niet vangen, en waar wel en waar niet,
  2. het zoeken van de nesten en hoe zorgvuldig daarmee moet worden omgegaan,
  3. bewaren, omgang, inzet van lokvogels
  4. correcte omgang met de vangmaterialen,
  5. de zorg voor de vogels (o.a. het hanteren en tijdelijk bewaren),
  6. vogels verwijderen uit de vangmaterialen,
  7. correcte houding ten opzichte van bezoekend publiek,
  8. determinatie-, leeftijds- en geslachtsbepaling van vogels,
  9. kunnen toepassen van determinatiegidsen,
  10. het meten van biometrische gegevens als gewicht, vleugellengte; snavellengte, tarsuslengte, klauwlengte, nagellengte, vetgraad, schedelverbening, rui,
  11. het correct aanleggen van de ring,
  12. administratie in veldboekje en computer,

Wat ook een grote rol speelt is het minimum aantal vogels dat een kandidaat gehanteerd moet hebben voordat een basisopleiding is afgesloten. Hieronder staat onze mening daarover:

Zwanen, ganzen, eenden
nestjongen
Drie stages zijn noodzakelijk. Eén stage houdt in:
de kandidaat heeft minimaal 100 vogels zelf verwerkt (uit het vangmiddel verwijderd, determinatie, leeftijd en geslacht bepaald, evt. biometrische maten genomen, geringd, geadministreerd en losgelaten). Daarbij waren minimaal 5 verschillende vogelsoorten. Wenst de kandidaat slecht één vogelsoort te ringen dan zijn de aantallen resp. 50 (en 1).
Zwanen, ganzen, eenden
vliegvlug
Drie stages zijn noodzakelijk. Eén stage houdt in:
minimaal 100 vanguren ervaring. Daarbij zijn de volgende vangmaterialen gebruikt: kooi en/of slagnet en/of mistnet en/of ball-chatri. Daarbij heeft de kandidaat minimaal 100 vogels zelf verwerkt (uit het vangmiddel verwijderd, determinatie, leeftijd en geslacht bepaald, evt. biometrische maten genomen, geringd, geadministreerd en losgelaten). Daarbij waren minimaal 3 verschillende vogelsoorten. Wenst de kandidaat slecht één vogelsoort te ringen dan zijn de aantallen resp. 50 (en 1).

Roofvogels en uilen
nestjongen
Drie stages zijn noodzakelijk. Eén stage houdt in:
minimaal één broedseizoen ervaring. Daarbij heeft de kandidaat minimaal 100 vogels zelf verwerkt (uit het vangmiddel verwijderd, determinatie, leeftijd en geslacht bepaald, evt. biometrische maten genomen, geringd, geadministreerd en losgelaten). Daarbij waren minimaal 5 verschillende vogelsoorten. Wenst de kandidaat slecht één vogelsoort te ringen dan zijn de aantallen resp. 50 (en 1).
Roofvogels en uilen
vliegvlug
Drie stages zijn noodzakelijk. Eén stage houdt in:
minimaal 100 vanguren ervaring. Daarbij zijn de volgende vangmaterialen gebruikt: kooi en/of slagnet en/of mistnet en/of ball-chatri. Daarbij heeft de kandidaat minimaal 50 vogels zelf verwerkt (uit het vangmiddel verwijderd, determinatie, leeftijd en geslacht bepaald, evt. biometrische maten genomen, geringd, geadministreerd en losgelaten). Daarbij waren minimaal 3 verschillende vogelsoorten. Wenst de kandidaat slecht éénn vogelsoort te ringen dan zijn de aantallen resp. 25 (en 1).

Steltlopers
nestjongen
Drie stages zijn noodzakelijk. Eén stage houdt in:
minimaal één broedseizoen ervaring. Daarbij heeft de kandidaat minimaal 100 vogels zelf verwerkt (uit het vangmiddel verwijderd, determinatie, leeftijd en geslacht bepaald, evt. biometrische maten genomen, geringd, geadministreerd en losgelaten). Daarbij waren minimaal 5 verschillende vogelsoorten. Wenst de kandidaat slecht één vogelsoort te ringen dan zijn de aantallen resp. 50 (en 1).
Steltlopers
vliegvlug
Drie stages zijn noodzakelijk. Eén stage houdt in:
minimaal 100 vanguren ervaring. Daarbij zijn de volgende vangmaterialen gebruikt: kooi en/of slagnet en/of mistnet. Daarbij heeft de kandidaat minimaal 100 vogels zelf verwerkt (uit het vangmiddel verwijderd, determinatie, leeftijd en geslacht bepaald, evt. biometrische maten genomen, geringd, geadministreerd en losgelaten). Daarbij waren minimaal 10 verschillende vogelsoorten. Wenst de kandidaat slecht één vogelsoort te ringen dan zijn de aantallen resp. 50 (en 1).

Meeuwen en Sterns
nestjongen
Drie stages zijn noodzakelijk. Eén stage houdt in:
minimaal één broedseizoen ervaring. Daarbij heeft de kandidaat minimaal 100 vogels zelf verwerkt (uit het vangmiddel verwijderd, determinatie, leeftijd en geslacht bepaald, evt. biometrische maten genomen, geringd, geadministreerd en losgelaten). Daarbij waren minimaal 5 verschillende vogelsoorten. Wenst de kandidaat slecht één vogelsoort te ringen dan zijn de aantallen resp. 50 (en 1).
Meeuwen en Sterns
vliegvlug
Drie stages zijn noodzakelijk. Eén stage houdt in:
minimaal 100 vanguren ervaring. Daarbij zijn de volgende vangmaterialen gebruikt: kooi en/of slagnet en/of mistnet. Daarbij heeft de kandidaat minimaal 100 vogels zelf verwerkt (uit het vangmiddel verwijderd, determinatie, leeftijd en geslacht bepaald, evt. biometrische maten genomen, geringd, geadministreerd en losgelaten). Daarbij waren minimaal 5 verschillende vogelsoorten. Wenst de kandidaat slecht één vogelsoort te ringen dan zijn de aantallen resp. 50 (en 1).

Zangvogels
nestjongen
Drie stages zijn noodzakelijk. Eén stage houdt in:
minimaal één broedseizoen ervaring. Daarbij heeft de kandidaat minimaal 200 vogels zelf verwerkt (determinatie, leeftijd en geslacht bepaald, evt. biometrische maten genomen, geringd, geadministreerd en losgelaten). Daarbij waren minimaal 15 verschillende vogelsoorten. Wenst de kandidaat slecht één vogelsoort te ringen dan zijn de aantallen resp. 50 (en 1).
Zangvogels
vliegvlug
Drie stages zijn noodzakelijk. Eén stage houdt in:
minimaal 250 vanguren ervaring heeft opgedaan. Daarbij zijn de volgende vangmaterialen gebruikt: kooi en/of slagnet en/of mistnet. Daarbij heeft de kandidaat minimaal 1000 vogels gehanteerd, waarvan minimaal 500 door de kandidaat ringer zelf volledig zijn verwerkt (uit het vangmiddel verwijderd, determinatie, leeftijd en geslacht bepaald, evt. biometrische maten genomen, geringd, geadministreerd en losgelaten). Daarbij waren minimaal 30 verschillende vogelsoorten.

Advies: lees in ieder geval ons  beleid  wat betreft een aanvragen/uitbreiden van een ringvergunning, want misschien komt u niet in aanmerking of is er voor u geen plaats.

Gerrit Speek
NIOO-CTE, Vogeltrekstation

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 29 augustus 2004.


Copyright © 2002-2009  Vogeltrekstation  Heteren  G. Speek        colofon    disclaimer    zoeken    FAQ