Het "Constant Effort Site" project

 

Het doel van het Constant Effort Site (CES) project is het verzamelen van informatie die bijdraagt tot het verklaren van veranderingen in vogelpopulaties. Deze informatie wordt in een speciaal meerjarig vogelringproject met behulp van vaste mistnetopstellingen tijdens het broedseizoen verzameld. De speerpunten van het CES project zijn monitoring, reproductie en overleving. Informatie over de hoeveelheden uitgevlogen jongen wordt verkregen uit de verhouding van de gevangen volwassen en jonge vogels in de loop van het zomerseizoen. Hervangsten van geringde vogels in opeenvolgende onderzoeksjaren geven informatie over de jaarlijkse overleving.  

De CES-lokaties liggen voornamelijk in rietvelden, struwelen en bosgebieden. Door de vangsten in de verschillende gebieden te vergelijken kan ook een relatie tussen biotoop en populatie worden verkregen. Het CES-project verschaft aanvullende informatie op verschillende nationale en Europese vogelonderzoeksprojecten zoals broedvogelinventarisaties, nestkaartproject en ringonderzoek aan trekvogels. 

In 1981 werd in Groot-Brittannië een proefproject opgezet door de British Trust for Ornithology (BTO) om de mogelijkheden voor een Brits CES-project te testen. Het CES-project werd in 1986 door de BTO officieel aanvaard. Aanvankelijk lag de nadruk op het produceren van een 'Ring index' van de veranderingen in de adulte populatie, maar tegenwoordig krijgt de verhouding juveniel-adult en de overleving de meeste aandacht. In 2009 waren in Engeland 115 CES-vangplaatsen operationeel. De laatste jaren zijn er meer dan 40 CES-vangplaatsen in Nederland. Ook in Noord-Amerika en Canada is men, uit bezorgdheid over de recente achteruitgang van zangvogels, onlangs begonnen met het opzetten van CES-vangplaatsen naar Engels model. Daar wil men vooral inzicht krijgen op de onderliggende processen van deze achteruitgang. Het Nederlandse CES-project wordt ondersteund door de Gegevens-autoriteit Natuur (i.o.). Voor vragen over het CES-project kunt u altijd terecht op het Vogeltrekstation.

Voor het Nederlandse CES-project hebben we een handleiding.
Een overzicht van de plekken waar het CES-project plaats vindt staat hier.
Actuele informatie over het CES project vindt u in CES-RAS nieuws.
Voor meer informatie (engelstalig): www.euring.org
Coördinator CES project: dhr. F. Majoor, Postbus 50, 6700 AB Wageningen.

Overlevings-analyses doe je met het programma MARK.
Het programma MARK kun je gratis downloaden.
Een handleiding voor MARK kun je gratis downloaden.

Tabel 1. CES vangperiodes

periode begin eind
1 13 april 23 april
2 22 april 3 mei
3 2 mei 13 mei
4 12 mei 23 mei
5 22 mei 2 juni
6 31 mei 12 juni
7 11 juni 22 juni
8 20 juni 2 juli
9 1 juli 12 juli
10 11 juli 23 juli
11 21 juli 2 aug
12 1 aug 13 aug

 

Tabel met CES tijden 

Overzicht CES project Europa

Overzicht van het CES project in Europa tot juni 2004. Daarnaast is zijn er details gegeven over het gemiddeld aantal plaasten waar gevangen wordt elk jaar, het aantal gemaakte bezoeken per locatie en de netten die ze daar gebruiken, samen met een vermelding of ze actief zijn over het hele broedseizoen.

  Year
started
Number
of sites
Number
of visits
Number
of nets
Breeding season
monitored?
UK
1983
120
12
6-12
Yes
Finland
1987
35
12
6-20
Yes
France
1989
30
3
15-50
Early part only
Spain (SYLVIA)
1991
38
10
7-15
Yes
The Netherlands
1994
51
12
6-12
Yes
Spain (PASSER)
1995
46
10
2-13
Yes
Sweden
1996
29
12
3-15
Yes
Germany (Hiddensee)
1997
26
12
2-11
Yes
Poland
1999
10
12
8-10
Yes
Germany
1999
35
12
6-20
Yes
Belgium
2002
N.A.
N.A.
N.A.
N.A.
Italy
2002
19
N.A.
N.A.
N.A.
Portugal
2002
10
N.A.
N.A.
N.A.
Czech Republic
2003
1
9
N.A.
N.A.

Bron: www.euring.org

 

Algemeen gevangen soorten

Een overzicht van de algemeen gevangen soorten tijdens het CES-project in Europa. Onderverdeeld in de verschillende soorten vogels gevangen per land. 

Britain
& Ireland
Spain
France
Finland
Poland
Sweden
The Netherlands
Acrocephalus scirpaceus
Acrocephalus scirpaceus
Acrocephalus scirpaceus
Acrocephalus schoenobaenus
Acrocephalus scirpaceus
Phylloscopus trochilus
Acrocephalus scirpaceus
Acrocephalus schoenobaenus
Sylvia atricapilla
Sylvia communis
Sylvia communis
Acrocephalus palustris
Erithacus rubecula
Acrocephalus schoenobaenus
Sylvia
atricapilla
Cettia
cetti
Sylvia
borin
Sylvia
borin
Acrocephalus schoenobaenus
Acrocephalus scirpaceus
Sylvia
atricapilla
Phylloscopus trochilus
Luscinia megarhynchos
Sylvia atricapilla
Phylloscopus trochilus
Sylvia communis
Sylvia atricapilla
Phylloscopus trochilus
Parus caeruleus
Hirundo rustica
Hippolais polyglotta
Ficedula hypoleuca
Sylvia
atricapilla
Turdus merula
Troglodytes troglodytes
Troglodytes troglodytes
Serinus serinus
Luscinia megarhynchos
Fringilla coelebs
Sylvia
curruca
Sylvia communis
Turdus
merula
Prunella modularis
Passer domesticus
Phylloscopus collybita
Parus
major
Sylvia
borin
Fringilla coelebs
Emberiza schoeniclus
Fringilla coelebs
Carduelis chloris
Turdus
merula
Parus caeruleus
Phylloscopus trochilus
Parus
major
Parus
caeruleus
Turdus
merula
Carduelis carduelis
Erithacus rubecula
Emberiza schoeniclus
Parus
major
Sylvia
borin
Parus
major
Pyrrhula pyrrhula
Turdus
merula
Parus
major
Turdus
iliacus
Turdus
merula
Emberiza schoeniclus
 

Bron: www.euring.org