| Literatuur |
home → vogeltrekstation → info voor ringers → determinatie → literatuur
Determinatieliteratuur A.J. (André) van Loon, ringer 446, contactpersoon ringzaken CDNA
Boeken.
Voor het bepalen van leeftijd en geslacht van de doorgaans in de netten terechtkomende vogels, is een aantal
determinatieboeken beschikbaar. Zie de onderstaande literatuurlijst. Historisch van belang zijn: Eykman (1937, 1941,
1949), Williamson (1960, 1962, 1964)
en Arnhem & Arnhem (1969).
Busse (1984) is gebaseerd op een coderingssysteem voor verenkleden
welk geen navolging gevonden heeft, het boek is niet echt populair geworden onder de ringers, maar was in die tijd
inhoudelijk uitstekend. Niet bedoeld als determinatieliteratuur, als hulp wel bruikbaar, niet echt up-to-date,
deels al ingehaald, beschrijft de rui van een aantal (non-)passerines
is Ginn & Melville (1983).
Recenter zijn Harris, Tucker & Vinicombe (1991)
(behandelt uitsluitend veel op elkaar lijkende soorten, dus Ooievaar
en Ekster komen er niet in voor; als zodanig nieuw en heel goed in zijn tijd; de basis is nog steeds prima, maar op
vele detail determinatiekenmerken ver voorbij gestreefd door o.a. Van Duivendijk)
en Baker (1993)
(niet-zangvogels behalve steltlopers), Prater ...et al
(1977; steltlopers; wel wat verouderd en hier en daar inmiddels onjuist gebleken, maar iets recenters en beters is er
nog niet), Engelmoer & Roselaar (1998;
steltlopers, maar erg specifiek), Bijlsma (1997, roofvogels, sterk in
leeftijdsbepaling en sexen van pulli), Speek (1994) (‘Handkenmerken’; alleen zangvogels
voor wat betreft kenmerken van leeftijd en geslacht, maar dit boekje bevat ook determinatiesleutels voor het op naam
brengen van een aantal ‘lastige’ groepen zangvogels en ook van roofvogels en steltlopers, het is de opvolger van de
losbladige versie Speek (1990), 1e druk 1968), het briljante fotoboek van
Jenni & Winkler (1994) en de daarvan afgeleide
determinatiegids Jenni & Winkler (1999); beide
een beperkt aantal soorten zangvogels, en uiteraard Svensson (1992) (zangvogels).
Met name dit laatste standaardwerk behandelt vrijwel alle zangvogels van Europa alsmede ook veel in
Nederland zeldzame (maar in het Middellandse-Zeegebied of het Midden-Oosten vaak ‘gewone’) soorten. Voor
zangvogelringers is het echt noodzakelijk om deze gids te gebruiken naast ‘Handkenmerken’, niet alleen voor de bepaling
van leeftijd en geslacht maar ook als controle op soortdeterminaties die bijvoorbeeld met de determinatiesleutels in
‘Handkenmerken’ zijn uitgevoerd. Ook de Amerikaanse tegenhanger van Svenssons handkenmerkengids
Pyle (1997); zangvogels en enkele ‘bijna-zangvogels’, zou in geen
enkele ringersbibliotheek of vinkershut misstaan. Niet in eerste instantie voor ringers bedoeld, maar voor die
doelgroep zeer bruikbaar is de Dutch Birding Kenmerkengids
van Van Duivendijk (2002), waarin (zonder afbeeldingen !) van
meer dan 900 vogelsoorten minutieus alle bekende veldkenmerken zijn beschreven.
Zelfs Svensson (1992) is echter geen garantie voor het kunnen opzoeken van alle soorten zangvogels die in Nederland zijn vastgesteld of zouden kunnen worden vastgesteld. Derhalve kan het ook geen kwaad om een modern vogelboek bij de hand te hebben, bijvoorbeeld de bekende ‘ANWB-vogelgids’ Svensson ...et al (2000) (voorgaand boek op A4 formaat mag zeker niet onvermeld blijven Svensson ...et al (2001)), de gids van Lewington ...et al (1991), de gids van Baker (1997), de gids van Shirihai ...et al (2001), en de zeer goede Amerikaanse vogelgids van Sibley (2000).
Als naslag zijn er natuurlijk de twee standaardwerken Cramp (1977-1994) en Glutz von Blotzheim & Bauer (1966-1993). Niet geschikt voor op de ringerstafel (elk meer dan 10 kg), maar anno 2004 onvervangbaar qua kennis.
Tijdschriften.
Naast deze boeken verschijnen in verschillende tijdschriften (bijvoorbeeld British Birds, Birding World en Dutch
Birding) met enige regelmaat artikelen over de herkenning van moeilijke soorten zoals loofzangers Phylloscopus en
gorzen Emberiza. Zie hiervoor literatuur determinatie. Hoewel
deze artikelen in eerste instantie worden geschreven met het oog op veldherkenning, hebben de auteurs vaak veel
ervaring met vogels in de hand en worden ook vaak typische ‘handkenmerken’ behandeld. Dit houdt verband met de
enorme ontwikkeling van optische apparatuur, waardoor vogelaars meer dan in het verleden bepaalde kenmerken in het
veld kunnen vaststellen met een telescoop, of later op van een vogel gemaakte foto’s. Dergelijke artikelen bevatten
daarom voor ringers zeer waardevolle en bruikbare informatie. Een goed voorbeeld daarvan is het artikel over de
determinatie van spotvogels Hippolais (Svensson 2001).
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 29 augustus 2004.