Fotograferen van vogels in de hand

home  →  vogeltrekstation  →  info voor ringers  →  fotograferen

Inleiding
Als redactielid van Dutch Birding, een tijdschrift waarin regelmatig foto’s van zeldzame vangsten worden gepubliceerd, kan ik stellen dat nog maar een paar jaren geleden foto’s van vogels in de hand vaak van slechte kwaliteit waren. Die kwaliteit is in de afgelopen jaren aanzienlijk omhoog gegaan en steeds meer ringers blijken in staat om een gevangen vogel fotografisch goed vast te leggen. Ongetwijfeld speelt de introductie van digitale camera’s bij deze ontwikkeling een belangrijke rol. Desalniettemin is er nog steeds ruimte voor verbetering en lijkt het zinvol om een aantal aanbevelingen te doen.
Ook omdat ik als ringer op VRS Van Lennep wel enige ervaring heb ik het fotograferen van vogels, heeft het Vogeltrekstation mij gevraagd om in dit najaar een certificeringsbijeenkomst te begeleiden, waarin het fotograferen van vogels centraal stond. Naar aanleiding van die dag is deze tekst ontstaan.

Het belang van foto’s
Foto’s dienen niet ter vervanging van een gedegen beschrijving maar kan deze wel bevestigen, aanvullen en ondersteunen. Ze kunnen van grote waarde zijn indien men, in de haast die bij het ringwerk vaak is geboden, bepaalde kenmerken over het hoofd heeft gezien. Verder kan een foto veel makkelijker dan woorden inzicht geven in de kleuren en de structuur van een vogel.

Voordelen van digitale camera’s
Digitale camera’s hebben praktische voordelen ten opzichten van analoge camera’s met film:

  1. men kan direct bekijken of de foto scherp en goed belicht is, meestal al op de camera zelf of, als het LCD-venster te klein is, met behulp van een computer; zo kan men, indien de foto niet goed blijkt, onmiddellijk extra foto’s maken;
  2. de iso-waarde kan direct worden aangepast bij wisselende weersomstandigheden waardoor ook bij donker weer zonder flitsapparaat vaak goede foto’s zijn te verkrijgen;
  3. men kan anders dan bij film zonder onderbreking en zonder extra kosten vele tientallen foto’s maken hetgeen vooral nuttig is als de vogel weinig stil zit en veel foto’s door bewegingsonscherpte afvallen;
  4. de foto’s kunnen op elk moment worden bekeken en ‘à la minute’ ter verificatie naar andere ringers worden gemaild.

Welke apparatuur is aan te bevelen?
Spiegelreflexcamera’s zijn in principe beter dan piepkleine cameraatjes maar ook zwaarder en daarom lastig mee te nemen. Zo zal iedereen een afweging moeten maken tussen enerzijds kwaliteit en anderzijds praktische en financiële haalbaarheid. Er zijn veel zeer kleine digitale camera’s zonder verwisselbare lens die voor het fotograferen van vogels in de hand uitstekend geschikt zijn. Meestal dient men zo’n camera in een macrostand te zetten en worden flitsstand, snelheid en f-waarde automatisch door de camera ingesteld. Uiteindelijk is het allerbelangrijkste dat men zijn eigen camera goed heeft leren gebruiken en nimmer zonder een camera op een ringstation arriveert. Als men kiest voor een camera met een verwisselbare lens dient men erop te letten dat deze lens dichtbij scherp kan stellen (‘close-focus’). Iemand met korte armen zal nooit een foto kunnen maken zonder de hulp van iemand anders als een lens niet binnen 40 cm scherp stelt. Mijn voorkeur gaat uit naar een ‘macrozoomlens’, een lens die zowel van groothoekbereik naar kort telebereik kan ‘zoomen’ (18-200 of 35-150 mm bijvoorbeeld) als op zeer korte afstand kan worden scherpgesteld. Met een dergelijke zoomlens kan men de lenslengte afstemmen op het formaat van de vogel en deze zo groot mogelijk in beeld brengen. In de macrostand kan men detailfoto’s maken van bijvoorbeeld iris en snavel.

Hoe moet de camera worden ingesteld?
Het belangrijkste van iedere vogelfoto, ook van een vogel in de hand, is dat het oog ‘haarscherp’ is. Zelfs een vogelfoto waarop uitsluitend het oog echt scherp is, kan nog een plezier zijn om naar te kijken. Maar het helpt ook als de hele snavel, tot en met de punt, scherp is. En verder zal men voor het vaststellen van verenkleedkenmerken ook graag ten minste een deel van de vleugels en staart scherp willen zien. Dit alles betekent dat men een vogel in de hand het best recht van opzij kan fotograferen en bij het gebruik van autofocus erop moet letten dat het scherpstelpunt op het oog ligt. De mate waarin het verenkleed scherp wordt hangt dan zowel van de houding van de vogel ten opzichte van de fotograaf als van de scherptediepte af. De scherptediepte wordt mede bepaald door de f-waarde. In het algemeen is het handig als deze een stop boven f5.6 staat, maar bij voorkeur niet op of boven f8 want dan kan de achtergrond lelijk scherp worden. De iso-waarde dient zo te worden ingesteld dat men op een 1/200 seconde kan fotograferen, hetgeen van het zonlicht afhankelijk is. Ook met langere sluitertijden zijn nog goede foto’s te maken, met een vaste hand en een rustig ademhalende vogel tot 1/30, maar het percentage dat afvalt neemt dan door bewegingsonscherpte toe. Om te beginnen kan men het beste automatisch belichten, erop lettend dat de sluiter niet langer dan 1/200 seconde openstaat, en indien het resultaat te licht of te donker is kan een kleine aanpassing op de camera worden ingesteld. Het gebruik van autofocus (AF) is weliswaar aan te bevelen maar als men goede ogen heeft niet noodzakelijk.

Flitsen
Bij slecht licht of in het donker kan men ervoor kiezen om een flits te gebruiken. In het algemeen is het resultaat van flitsen het beste wanneer men wat onderbelicht. Vaak worden de kleuren door het flitsen flets en de achtergrond kan lelijk zwart worden zodat proefopnamen noodzakelijk zijn. Speciale ring- of macroflitsen komen bij het fotograferen van vogels in de hand bij slecht weer of in het donker goed van pas, maar ze zijn zeker niet onontbeerlijk en meestal kostbaar en daarom alleen interessant als men ze reeds in bezit heeft. In een ringstation kan men een vaste, gestandaardiseerde opstelling maken en ervoor kiezen om alle foto’s met een flitslicht te maken. Goede voorbeelden van de resultaten van een dergelijke standaardflitsopstelling zijn te vinden in het ringersboek van Jenni & Winkler (Moult and ageing of European Passerines 1994).

Hoe moet de vogel worden gehanteerd?
Om een vogel vol in beeld te krijgen en scherp te stellen is het gemakkelijk wanneer de fotograaf in zijn ene hand de vogel vasthoudt en in zijn andere de camera. Dit lukt uiteraard niet indien het vasthouden van een vogel twee handen vereist. En het lukt alleen goed wanneer men een zoomlens heeft.

Hoe moet de vogel poseren?
Voor de documentatie van een zeldzaamheid is een portret recht van opzij vaak al voldoende. Hierbij verdient het aanbeveling om goed te kijken of alle veren netjes zijn gladgestreken: scheef liggende veren vallen pas op als de foto is gemaakt en zijn irritant omdat ze de aandacht trekken. Als de foto’s in de buitenlucht worden gemaakt, is het om deze reden goed een beschutte plek op te zoeken waar wel de zon maar niet de wind kan komen. Verder is het handig als men ervoor zorgt dat de vogel niet recht de camera in kijkt, zodat de kop in profiel blijft. Dit kan men voor elkaar krijgen door zijn aandacht te trekken met een bewegende vinger. De poten kunnen gestrekt zichtbaar blijven, maar in de praktijk betekent dit vaak dat, om de gehele vogel in beeld te houden, de afstand tot de lens groot wordt; in dat geval kan men de poten beter apart fotograferen. Detailopnamen van eventueel gespreide vleugel en staart kunnen ervoor zorgen dat rui, vleugelformules en de tekening van vleugelveren en staart duidelijk in beeld worden gebracht. Een gespreide vleugel kan men het beste op een vlakke lichte ondergrond drukken maar het lukt ook vaak om in de ‘pose van opzij’ een vleugel iets af te laten zakken.

Wat is de beste achtergrond?
Een egale achtergrond is esthetisch gezien het fraaist. Om te voorkomen dat de achtergrond te opvallend wordt is het aan te bevelen de afstand met die achtergrond groot te houden en de f-waarde aan te passen. Zelf prefereer ik een duinenrij op afstand met wat lucht erboven, onscherp en zandkleurig: een ‘natuurlijk’ overkomende achtergrond. De vogel iets schuin van boven fotograferen tegen een egale zandvlakte of grasveld werkt ook prima. Men kan tevens kiezen voor een egale bleekgroene wand of een ongetekende doek. Een felle achtergrondkleur kan op de foto een vage kleurzweem op de vogel veroorzaken; ook dit is uiteraard bij een digitale camera direct te controleren.

Het vaststellen van kleuren
Indien de kleur van groot belang is, moet men de vogel samen met een ‘kleurstaal’ fotograferen. Een voorbeeld van een dergelijke kleurstaal zijn zogenaamde ‘pantonenwaaiers’. Het belangrijkste daarbij is dat de kleurnummers gemakkelijk zijn op te vragen, zodat iedereen weet welke kleur precies bedoeld wordt. Als een dergelijke kleurstaal niet aanwezig is, kan bijvoorbeeld een bekende bloem of vogel voor een goede vergelijking zorgen.

Rekening houden met welzijn vogel
Het welzijn van een vogel staat bij het fotograferen voorop en bepaalde regels spreken daarbij vanzelf.

  1. men moet bij het ringen al inschatten hoe de conditie van een vogel is en de snelheid van handelen daarop afstellen; dus het fotograferen van een kleine zanger dient bij voorkeur kort na het ringen te gebeuren terwijl stevige vogels als gorzen meestal wat langer kunnen wachten; in uitzonderlijke situaties kan de conditie van een zeldzame vogel zelfs zo slecht zijn dat hij niet uitgebreid kan worden gemeten en dan kan een snel gemaakte serie foto’s de enige optie zijn;
  2. voor het maken van een portret dient men een vogel in het algemeen hoog bij de poten vast te houden, dus boven het gewricht bij de dijen, zodat er geen blessures kunnen ontstaan wanneer hij plotseling probeert weg te vliegen;
  3. de meeste soorten hebben een sterke huid op de bovenpoten (Braamsluiper, Zwartkop) maar er zijn ook soorten waarbij de huid van de bovenpoten dun en kwetsbaar is zodat men ze niet lang op deze wijze kan hanteren (Grote Pieper, Kleine Spotvogel);
  4. vogels van sommige soorten blijken in het algemeen heel co-operatief te zijn (grasmussen, boszangers en goudhanen) terwijl andere voortdurend proberen weg te vliegen (kwikstaarten en piepers), maar binnen soorten bestaan ook individuele verschillen. Het is duidelijk dat voor een portretfoto vliegerige vogels niet alleen bij hun bovenpoten vastgehouden kunnen worden en dat men door een duim of een paar vingers op de vleugels te leggen het fladderen dient tegen te gaan.

Werkwijze bij fotograferen van een dwaalgast
Stel dat men een Acrocephalus heeft gevangen en ondanks het lezen van ringergidsen en het tellen van handpenversmallingen geen zekerheid heeft over de soort. In dat geval is het van belang om na 1) het noteren van alle kenmerken eerst 2) een mooi portret recht van opzij te maken (voor structuur, snavelvorm, jizz, kleuren en veel andere kenmerken). Daarna kan de vogel 3) zowel recht van achteren met gesloten vleugels (voor tertials, handpen- en vleugelprojectie) als 4) recht van voren (voor borsttekening, voorhoofd en snaveltekening) worden gefotografeerd. Een detailopname al of niet met lineaal van 5) een gespreide bovenvleugel laat de versmallingen en lengteverschillen van vleugelpennen zien alsmede kleur en tekening van vleugeldekveren. Hetzelfde geldt voor 6) de gespreide bovenstaart. Men kan vervolgens 7) de onderzijde fotograferen (voor met name lengte en kleur van de onderstaartdekveren). Daarbij kan men ook een detailopname maken van 8) de gespreide ondervleugel en 9) de gespreide onderstaart. Tenslotte kan men al of niet met een kleurstaal detailopnamen maken van 10) een poot en eventueel 11) snavel en 12) iris, indien deze niet goed op een portret zichtbaar zijn.

Ringnummer
Het is aan te bevelen om van elke gefotografeerde vogel, ook als deze niet zeldzaam of lastig te determineren was, het ringnummer te noteren. Het is handig om de digitale foto op te slaan met in ieder geval de datum en liefst ook het ringnummer eraan vastgehecht. Bij het invoeren van de ringgegevens is het nuttig te vermelden of er van de vogel foto’s zijn gemaakt.

Geluiden
Vogels kunnen in de hand of bij het loslaten geluiden produceren die diagnostisch zijn voor de soort en zelfs de leeftijd of het geslacht. Om deze geluiden te registreren kan men bij sommige camera’s gebruikmaken van een ingebouwde microfoon. Ook in video-apparatuur is in het algemeen standaard een microfoon ingebouwd. Men kan voor het registreren van geluiden uiteraard ook geluidsopnameapparatuur inzetten. Ook hierbij heeft digitale apparatuur veel voordelen ten opzichte van analoge, maar dat is weer een heel ander onderwerp.


Foto: Inge Jacobsen

Arnoud B. van den Berg
VRS van Lennep
Naar aanleiding van de eerste certificeringsdag met fotografie als specialiteit, op 22 september 2007 te VRS Meijendel.

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 23 oktober 2007.


Copyright © 2002-2009  Vogeltrekstation  Heteren  G. Speek        colofon    disclaimer    zoeken    FAQ