| Dubbelgangers Attentielijst voor bijzondere soorten |
home → vogeltrekstation → informatie voor ringers → determinatie → dubbelgangers
| Er zijn een aantal zeldzame vogelsoorten die erg veel lijken op een 'gewone' soort, die door 'gewone' ringers vaak worden vangen. Als de ringer daar geen bijzondere belangstelling voor heeft (=kijken naar speciale kenmerken) dan ligt het voor de hand dat deze zeldzaamheden niet worden opgemerkt. De vraag blijft altijd: merkt niemand ze op omdat ze zeldzaam zijn of omdat niemand naar de speciale kenmerken kijkt. Het is zeker niet de bedoeling hier de complete determinatieliteratuur te kopiëren. De boeken uit de onderstaande literatuurlijst horen op uw ringtafel te liggen. Deze lijst wil alleen een hulpmiddel zijn voor het ontdekken van zeldzame dubbelgangers. inhoudsopgave |
| Onderstaande lijst is slechts bedoeld als overzicht en geheugensteun. Sterker nog: als u met behulp van deze lijst een zeldzaamheid in handen denkt te hebben dan begint pas de 'echte' determinatie en daarbij moet alle literatuur uit de kast worden gehaald. De hier vermelde vogels lijken dermate veel op elkaar dat het nooit voldoende is een conclusie te trekken aan de hand van één criterium. Overlap in verschillende maten is vaak aanwezig. Doe alles wat nodig is bij een zeldzaamheid en noem alles bij de goede naam. |
Om goed onderscheid te kunnen maken is, naast Speek (1994) en uiteraard Svensson (1992) en ook Svensson ...et al (2000) Svensson ...et al (2001), ook de gids van Van Duivendijk (2002) aan te raden. Zie ook de vele determinatie literatuur in de tijdschriften.
|
| Pas op. Vrijwel alle maten waarvan hier gebruik wordt gemaakt (vleugellengte, handpennen, staartlengte, staartpennen, etc) zijn afkomstig van museum exemplaren. Bij balgen veroorzaakt uitdroging krimp. Bij poot en snavel niet, maar vleugellengte wordt daar zeker door beïnvloed (=verminderd). De literatuur spreekt van een kleiner worden van vleugellengte door verdroging van 1.5 tot 2.9%. Bron: Svensson (1992), blz.19. Jan Staal heeft dat opgeschreven aan de hand van zijn bevindingen met de Veldleeuwerik. |
| Voor de topografie (naamgeving) zie de literatuur. De hieronder gebruikte naamgeving is doorspekt met Engelstalige afkortingen omdat de echte RingersBijbel (Svensson 1992) nu eenmaal Engelstalig is. De nummering van de vleugelveren volgt Svensson (1992) en Speek (1994), dus van buiten naar binnen. Het VT houdt zich altijd aanbevolen voor opbouwende kritiek en aanvullingen op de onderstaande lijst. |
Grote Pieper (A.richardi) - Mongoolse Pieper (A.godlewskii)
Birding World 1(8): 268-272, 1988; Birding World 3(11): 375-378, 1990; Dutch Birding 15(5): 198-206, 1993; Dutch Birding 19(4): 189-190, 1997; Dutch Birding 25(1): 44-48, 2003. |
Boompieper (A.trivialis) - Siberische Boompieper (A.hodgsoni)
|
Graspieper (A.pratensis) - Roodkeelpieper (A.cervinus)
|
Oeverpieper (A.petrosus) - Waterpieper (A.spinoletta)
|
Nachtegaal (L.megarhynchos) - Noordse Nachtegaal (L.luscinia)
Birding World 2(3): 91-94, 1989; Birding World 9(5):179-189, 1996. |
| Roodborsttapuit (*) - Aziatische Roodborsttapuit (*) * Vroeger (Speek 1994, Svensson 1992) resp. Saxicola torquata rubicola en S.t.maura.; nu (van Duivendijk 2002, Svensson 2000+2001) resp. S.rubicola en S.maura.
British Birds 94(7): 315-318, 2001; Birding World 14(4): 156-158, 2001; Birding World 5(9): 348-356, 1992. |
Koperwiek (T.i.iliacus) - IJslandse Koperwiek (T.i.coburni)
Link naar pagina op VT website |
Sprinkhaanzanger (L.naevia) - Kleine Sprinkhaanzanger (L.lanceolata)
Dutch Birding 24(6): 397-398, 2002; Dutch Birding 25(4): 221-234, 2003. |
Sprinkhaanzanger (L.naevia) - Siberische Sprinkhaanzanger (L.certhiola)
Birding World 4(9): 324-326, 1991. |
Rietzanger (A.schoenobaenus) - Zwartkoprietzanger (A.melanopogon)
Birding World 5(8): 299-303, 1992. |
Rietzanger (A.schoenobaenus) - Waterrietzanger (A.paludicola)
Birding World 4(7): 237-241, 1991. |
Bosrietzanger (A.palustris) / Kleine Karekiet (A.scirpaceus) - Veldrietzanger (A.agricola)
|
Bosrietzanger (A.palustris) / Kleine Karekiet (A.scirpaceus) - Struikrietzanger (A.dumetorum)
Birding World 2(9): 318-324, 1989; British Birds 94(5): 236-245, 2001; British Birds 94(5): 291-295, 2001; British Birds 94(5): 439-442, 2001. |
Spotvogel (H.icterina) - Orpheusspotvogel (H.polyglotta)
Birding World 1(8): 273-277, 1988. |
Bladkoning (P.inornatus) - Humes Bladkoning (P.humei)
Birding World 6(11): 439-443, 1993. |
Tjiftjaf (P.c.collybita) - ondersoorten (P.c.tristis (Siberische Tjiftjaf) / P.c.abietinus)
|
Tjiftjaf (P.collybita) - Raddes Boszanger (P.schwarzi)
Birding World 3(8): 281-285, 1990 |
Tjiftjaf (P.collybita) - Bruine Boszanger (P.fuscatus)
Birding World 3(8): 281-285, 1990 |
Fitis (P.trochilus) - ondersoorten (P.t.acredula / P.t.yakutensis)
Dutch Birding 13(2): 67-69, 1991; Dutch Birding 23(4): 211-215, 2001. |
Fitis (P.trochilus) - Noordse Boszanger (P.borealis) - Grauwe Fitis (P.trochiloides) - Swinhoes Boszanger (P.plumbeitarsus)
Dutch Birding 23(4): 175-191, 2001. |
Bonte Vliegenvanger (F.hypoleuca) - Withalsvliegenvanger (F.albicollis)
Birding World 7(4): 139-151, 1994; Birding World 7(6): 231-240, 1994; Birding World 7(8): 325-334, 1994; Birding World 8(7): 271-277, 1995; Birding World 9(3): 115, 1996; Birding World 13(1): 33-35, 2000. |
Boomkruiper (C.brachydactyla) - Taigaboomkruiper (C.familiaris)
Birding World 5(1): 10-16, 1992. |
Spreeuw (S.vulgaris) - Roze Spreeuw (S.roseus)
|
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 25 augustus 2009.