| Waarom vogels ringen ? |
home → vogeltrekstation → informatie algemeen → doel
Algemeen.
Wat wij in het spraakgebruik ringonderzoek noemen is natuurlijk geen onderzoek in de strikte betekenis van het woord.
Het is een methode om vogels te merken. Voor wetenschappelijk onderzoek gebruikt men dit hulpmiddel om allerlei
vraagstellingen te beantwoorden. Nu is het merken van een dier pas interessant als het wordt teruggevonden. Voor
betrouwbare conclusies moeten we bovendien niet de afzonderlijke terugmeldingen bekijken, maar die van een hele
groep tegelijk. Het gaat daarbij om het verschil tussen plaats, tijd en aantal van de geringde en plaats, tijd en
aantal van de teruggemeldde vogels. Hoewel het ringonderzoek er in de eerste plaats op uit is om een zo groot mogelijk
aantal vogels te merken en hiervan terugmeldingen te krijgen, kan de wetenschap toch ook veel nut hebben van het feit
dat de ringers grote aantallen vogels in handen krijgen en hierdoor in staat zijn moeilijk herkenbare of zeldzame
soorten op te sporen, de verhouding tussen leeftijdsklassen en van geslachten te onderzoeken of andere bijzonderheden
te ontdekken.
Gegevens van geringde vogels zijn bruikbaar in wetenschappelijk onderzoek en managements projecten. Het individueel
merken van vogels maakt studies mogelijk naar dispersie en migratie (trek), gedrag en sociale structuren, (potentiële)
levensduur en jaarlijkse sterfte, reproductief succes en populatie groei.
Onderzoek naar de trekgewoonten.
Terugmeldingen kunnen een beeld geven van de ligging van de broedgebieden en de winterkwartieren van een bepaalde soort
of populatie en de trekwegen, die hiertussen gelegen zijn. Op deze manier hebben we geleerd dat sommige soorten een
andere route kiezen om terug te keren dan om weg te trekken. Van sommige soorten zijn op deze manier de broedgebieden
ontdekt, van sommige de specifieke overwinteringsgebieden. De Grote Stern is waarschijnlijk de kampioen lange afstands
vlieger, zij trekken elk jaar vanuit Europa naar Zuid Afrika heen en weer, per jaar meer dan 20.000 km. Zo'n trekroute
is door terugmeldingen precies 'in kaart' gebracht. Dergelijke kennis kan een grote rol spelen in de beschermings
perikelen rond de pleisterplaatsen op de trekroute.
Ondanks het feit, dat het ringonderzoek ten aanzien van deze punten al van veel soorten opheldering heeft gegeven, ligt
hier nog een reusachtige taak. Bij het groter worden van het aantal terugmeldingen kan het trekbeeld steeds meer
verfijnd worden. Er kunnen verschillen gevonden worden in het trekgedrag tussen mannetjes en wijfjes, tussen vogels
van verschillende ouderdom, enzovoort.
Het ringen als hulpmiddel bij het oriëntatieonderzoek.
Het oriëntatieprobleem van de trekvogel dringt zich vanzelf op als het trekpatroon van de vogels bekend wordt. Om
meer over het mechanisme te weten te komen worden vogels vaak door de mens verplaatst. Om ze dan te kunnen herkennen
bij het terugvinden worden ze van te voren geringd. Dit wordt gedaan bij homingproeven, verplaatsingsproeven in de
trektijd en in de winter, het loslaten van jonge vogels nadat de oude vogels zijn vertrokken, enzovoort.
Leeftijdsopbouw en jaarlijkse sterfte.
Wanneer op een bepaald moment een aantal vogels van één soort is geringd. krijgt men in het eerste jaar na het ringen
de meeste terugmeldingen, in het tweede jaar minder, enzovoort. Hetzelfde geldt als men alle terugmeldingen van
één soort rangschikt volgens de tijd, die verlopen is sedert het ringen. Uit zo'n reeks van cijfers kan
men berekenen hoe in de werkelijke populatie de verdeling over de verschillende leeftijdsklassen is, m.a.w. men kan de
leeftijdspyramide bepalen. Hieruit laten zich de gemiddelde jaarlijkse sterfte en de gemiddelde levensduur afleiden.
Interessant wordt het wanneer de leeftijdsopbouw kan worden bepaald voor verschillende categorieën binnen
één soort, b.v. van mannetjes en wijfjes of van vogels uit het eerste en het tweede broedsel.
Gedrag en sociale structuren.
Veel onderzoekers gebruiken het ringen als hulpmiddel in hun studies aan vogel populaties en gemeenschappen. Het
Vogeltrekstation kan ringers toestemming geven additionele merkmethoden toe te passen om studie te verrichten.
Dergelijke methoden zijn meestal om de individuele herkenbaarheid op afstand te vergroten. Sommige onderzoekers
gebruiken gekleurde pootringen om indivuduen op afstand met behulp van verrekijker of telescoop te kunnen herkennen
om zo hun gedrag en lokale verplaatsingen te kunnen volgen. Dergelijke merktechnieken kunnen informatie verschaffen
die op een andere wijze niet te verkrijgen is. Veel aspecten kunnen op deze wijze worden bestudeerd zonder de vogel
telkens weer te moeten terugvangen: territoriaal gedrag, partnertrouw, territoriumgrootte en -trouw, reproductief
gedrag (welke vogels bouwen waar een nest, voeden de jongen en hoe vaak?), emigratie en immigratie, verschillen
tussen mannetjes en vrouwtjes, verschillen tussen leeftijdsklassen.
Populatie studies.
Het ringen, met eventueel additionele merken, kan ook worden gebruikt om een populatie-grootte te kunnen berekenen.
Meestal wordt dan gebruik gemaakt van vang- en terugvang berekeningsmethoden. Vogels worden geringd in een bepaalde
periode en in een volgende periode teruggevangen, of met verrekijker afgelezen. Het aantal geringde vogels in de eerste
periode en de ratio van geringde en ongeringde vogels in de tweede periode geeft de gelegenheid de grootte van de
populatie te schatten. Dergelijk onderzoek is soms van doorslaggevende betekenis bij de problematiek van het onderhoud
van terreinen waar cijfermatig hard moet worden gemaakt of een populatie toe- of afneemt.
Leeftijdsduur.
Met het ringen van vogels kan duidelijk worden gemaakt hoe lang een vogel (gemiddeld) leeft. Zonder een individueel
herkenbaar merkteken weet je nooit of de Merel die in de tuin zit dezelfde vogel was die je vorige jaar zag (of niet).
Op deze manier zijn we te weten gekomen dat het niet ongewoon is dat bepaalde individuen 10 tot 20, heel enkel 30 tot 40
jaar oud worden. Kleine zangvogels worden niet oud denken we, maar er zijn koolmezen die ouder dan 10 jaar worden! De
gemiddelde leeftijd is natuurlijk veel minder.
Het beschrijven van de gevangen vogels.
Voor de wetenschap kan het feit, dat de ringers grote aantallen van bepaalde vogels in de handen krijgen van groot
belang zijn. Voor sommig onderzoek is het gewenst, dat elk individu zo uitvoerig mogelijk wordt gemeten, gewogen, dat de
ruitoestand en de vetgraad wordt bepaald, dat kenmerken van leeftijd en geslacht worden geverifieerd, enzovoort.
Dit is vooral iets voor een ringer, die zich specialiseert in het onderzoek van een bepaalde soort. Incidenteel meten,
wegen, enz. heeft slechts zin voor zover deze gegevens worden gebruikt voor het bepalen van soort, leeftijd of geslacht.
Het beschrijven van gevangen zeldzame vogels.
Soms kan een (onder)soort, sex of leeftijd alleen met 100% juistheid worden gedetermineerd als de levende vogel in de hand
kan worden gehouden. Soms is alleen op deze wijze het voorkomen van deze exemplaren aan te tonen. Dergelijke gegevens
kunnen van belang zijn bij taxonomische en geografische vraagstukken en als signalering voor potentiële
soortverwisseling (watersnip-poelsnip) tijdens de jacht.
De pagina is voor het laatst gewijzigd op 17 augustus 2004