De CDNA
De werkwijze van de Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna.
Roland van der Vliet  &  André J. van Loon

home  →  vogeltrekstation  →  info voor ringers  →  determinatie  →  cdna

 Literatuur   Noteer altijd dit   Meten is Weten   Dubbelgangers 

CDNA formulier speciaal voor ringers

Het onderstaande is in 2004 'opgepoetst' door de CDNA en staat nu als  handboek  op hun  website.

Inleiding
Er zullen maar weinig mensen zijn die het niet herkennen: dat ene ‘magic moment’ (wat ons betreft ook wel de ‘thrill’ of de spreekwoordelijke ‘krent in de pap’), die de dag, de vakantie, het seizoen of zelfs het jaar goed maakt. Het moment dat je zelfs na jaren blijft vertellen aan vriend(inn)en omdat de gedachte eraan nooit verveelt. Het moment wordt een verhaal dat je vriend(inn)en al zo vaak hebben gehoord maar dat ze iedere keer blijven beluisteren omdat zij het gevoel ook zo goed kennen. Niemand die de hobby van het vogels kijken of ringen beoefent zal ontkennen dat het waarnemen of ringen van een zeldzaamheid tot zulke ‘magic moments’ in het leven hoort. Het aantal zeldzaamheden dat door ringers uit de netten is gehaald is legio. Zo’n zeldzaamheid krijgt altijd wat extra aandacht: de vogel wordt nog eens extra bekeken, er wordt een aantal extra metingen aan de vogel verricht en er worden foto’s van de vogel gemaakt. Een groot deel van deze documentatie van zeldzaamheden bereikt uiteindelijk de archieven van de  Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna,  kortweg CDNA. Helaas blijkt echter bij gedetailleerd napluizen van de waarnemingenrubrieken en ringersarchieven dat toch niet elke melding van een zeldzaamheid wordt opgestuurd naar de CDNA. De CDNA realiseert zich dat dit ten dele te maken heeft met onwetendheid over de CDNA. De reden voor dit artikel is dan ook om enkele zaken over doelstelling en werkwijze van de CDNA uit te leggen. Het is de CDNA verder gebleken dat van alle activiteiten die zij onderneemt, juist de beoordeling van waarnemingen soms op onbegrip stuit. Met name sommige ringers, die immers een zeldzame vogel in de hand hebben gehad (zo dichtbij als maar mogelijk is), vinden het niet nodig om hun vangst van een zeldzame vogel te documenteren door begeleidende informatie als maten en foto’s en deze aan de CDNA voor te leggen. Wij zullen hieronder uitleggen waarom wij het hier niet mee eens zijn.

Doelstelling van de CDNA
De CDNA is een commissie onder gedeelde verantwoordelijkheid van de Nederlandse Ornithologische Unie (NOU) en de Dutch Birding Association (DBA), en stelt zich tot doel om het voorkomen van zeldzaamheden in Nederland zo goed mogelijk in beeld te brengen. Daartoe verzamelt, beoordeelt, archiveert en publiceert de commissie alle binnengekomen gegevens van zowel zeldzame soorten als zeldzame ondersoorten. Het hogere doel van de CDNA is om uiteindelijk bij te dragen aan de kennis over het herkennen en voorkomen van vogels in Europa. Ieder jaar verschijnt in het tijdschrift Dutch Birding een jaarverslag over de zeldzame vogels die in het voorgaande jaar zijn vastgesteld. In andere publicaties vat de CDNA de gegevens samen van een bepaalde soort of soortgroep in Nederland waarbij vaak een overzicht wordt gegeven van de belangrijkste kenmerken per soort. Hierbij kan worden geput uit het omvangrijke archief van de CDNA. Uiteindelijk leiden dergelijke publicaties tot een beter begrip over het voorkomen van zeldzame soorten in Europa. Wie had ooit 30 jaar geleden gedacht dat de Grote Pieper Anthus richardi zou overwinteren in Zuid Frankrijk, Spanje, Portugal en Marokko? Zonder de kennis over de kenmerken van deze soort en zonder de registratie door zeldzaamhedencommissies in Europa (zoals de CDNA) was dit verschijnsel wellicht veel langer onopgemerkt gebleven. De ‘rise-and-fall’ van de Cetti’s Zanger Cettia cetti in Noordwest-Europa in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw is gelukkig ook goed gedocumenteerd om deze reden. Zo zijn er veel meer voorbeelden te verzinnen. Wat in eerste instantie slechts éé individu lijkt, blijkt in de volgende jaren de voorbode te zijn geweest van een grotere beweging.

Beoordeling door de CDNA
In totaal acht mensen maken deel uit van de CDNA. Na maximaal acht jaar wordt een commissielid vervangen door een nieuw persoon om zodoende een verversing van de commissie te garanderen. (Helaas is slechts ooit één vrouw lid geweest van de commissie; daar zou wel eens verandering in mogen komen). Bij het samenstellen van de CDNA wordt er zo veel mogelijk voor gezorgd dat de verschillende leden een zo verschillend mogelijke achtergrond hebben. Gestreefd wordt bijvoorbeeld naar (gelijktijdige) deelname van personen die bekend staan als inventariseerder, ringer, zeetrekteller, geluidsspecialist, ‘twitcher’, museumspecialist etc. In de loop der tijd zijn al deze disciplines al wel vertegenwoordigd geweest in de CDNA. Als belangrijkste eis voor CDNA-leden geldt dat zij ervaren vogelaars zijn in binnen- en liefst buitenland en dat ze de determinatie van vogels leuk en interessant vinden. De hoofdtaak voor ieder van deze commissieleden is om aan de hand van beschikbare literatuur, ervaring en andere kennis te beoordelen of een binnengekomen melding van een zeldzame soort voor hem aanvaardbaar is of juist niet, en waarom. Bij unanimiteit in de beoordeling is de waarneming afgehandeld; indien dat niet het geval is, komen er maximaal twee volgende rondes aan te pas om tot een oordeel te komen. In de derde en laatste ronde wordt een waarneming aanvaard als er maximaal één tegenstem is; zijn er meer dan één tegenstemmen dan is een dergelijke waarneming niet aanvaard. Zo werd in 2000 66% van de opgestuurde waarnemingen ook daadwerkelijk aanvaard; van de ringvangsten betrof het dat jaar 100%. Beide percentages zijn in al die jaren redelijk gelijk gebleven. De melder van een waarneming wordt van de uiteindelijke beslissing van de CDNA op de hoogte gesteld. Omdat de beslissing tot niet aanvaarden van een waarneming altijd vervelend nieuws is, wordt in die situatie de reden tot niet aanvaarden opgegeven. Meestal zal de reden zijn dat de commissie onvoldoende de indruk heeft gekregen dat de beschrijving ook overtuigend de gemelde vogel beschrijft, bijvoorbeeld omdat de waarneming vrij minimaal is gedocumenteerd met alleen een (korte) tekst. Slechts bij hoge uitzondering is de CDNA van mening dat een fout is gemaakt bij de determinatie van de vogel. Het feit dat een deel van de waarnemingen in een tweede of derde ronde komt, geeft al aan dat het beoordelen een lang niet zo gemakkelijke taak is, met name als de indiening uit alleen een tekst bestaat. Waarnemingen met foto’s zijn over het algemeen gemakkelijker af te handelen. Een enkele ringer zal er in eerste instantie misschien vreemd van opkijken dat ook ringvangsten op deze wijze worden beoordeeld. Echter, niet alleen bij waarnemen en beschrijven in het veld worden fouten gemaakt, ook bij het ringen is dat het geval. In het archief van de CDNA zijn meerdere voorbeelden te vinden van ringvangsten waarbij de vogel als iets zeldzaams werd geringd en losgelaten, maar die bij nadere inspectie van foto’s door de commissie werd herkend als een andere, algemene soort. Het is zelfs gebeurd dat de melding van de ene zeldzame soort moest worden omgezet in die van een andere zeldzame soort. Het gaat er de CDNA bij deze voorbeelden niet om individuele mensen te beoordelen maar meer om te laten zien dat het determineren van vogels, zowel in het veld als in de hand, soms lastiger is dan het op het eerste gezicht lijkt. Overal worden fouten gemaakt en door iedereen, en dat geldt natuurlijk ook voor vogelaars en ringers (én soms ook de CDNA). De CDNA wil graag dat dergelijke fouten geen verkeerd beeld scheppen van het voorkomen van zeldzame vogelsoorten in Nederland. Stel je voor dat alle Grote Piepers in de afgelopen 30 jaar gedetermineerd zouden zijn als een andere soort!

De documentatie van zeldzame vogels
‘What is hit is history, what is missed is mystery’. Dit spreekwoord geeft al aan waarom het draait in de wetenschap: het documenteren van kennis. Omdat de stand der kennis nog altijd voortschrijdt, is het van belang dat zoveel mogelijk informatie voor de toekomst beschikbaar is. Een eventuele fout die de CDNA nu maakt, kan dan in de toekomst hersteld worden (zoals ook in een enkel geval gebeurt). Ook kan de determinatie van een bepaald individu worden aangescherpt, zoals nu met bijvoorbeeld de Nederlandse Baardgrasmussen. De CDNA is op dit moment bezig om te bekijken of zij kunnen worden geïdentificeerd tot op ondersoort naar aanleiding van het recent verschenen boek over grasmussen (Shirihai et al 2001). Idealiter bestaat de beschikbare informatie per ingediende zeldzaamheid uit een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving (van de afzonderlijke verenkleedpartijen en de naakte delen), waarbij één of meerdere schetsen en/of foto’s zijn toegevoegd. Bij de documentatie van ringvangsten moeten bij voorkeur natuurlijk ook de resultaten van metingen worden gevoegd. Details van bijvoorbeeld de versmallingen van de vleugel, van de lengte van de snavel of van de vleugelformule kunnen voor een moeilijk individu soms het verschil maken tussen determinatie als een zeldzame vogel of als een gelijkende algemene (of andere zeldzame!) soort. De foto’s moeten dan nog eens de belangrijkste kenmerken weergeven, zoals (details van) eventuele vleugelstrepen, versmallingen aan de handpennen en het koppatroon. Bij subtiele dingen als kleur zou een kleurenwaaier mee gefotografeerd kunnen worden, net zoals ter illustratie van lengtematen een liniaal mee gefotografeerd kan worden.

Het indienen van waarnemingen
Het indienen van een waarneming bij de CDNA kan op verschillende manieren gebeuren. Alle post (zoals ingevulde formulieren, foto’s en/of schetsen) kan naar het postbusadres van de CDNA worden gestuurd. Voor degenen met internet-verbinding is echter de gemakkelijkste manier om per melding een  waarnemingsformulier  in te vullen op de  CDNA-website,  en dat naar de CDNA te mailen. Als alternatief kan een tekstdocument (liefst in Word of Wordperfect) naar het onderstaande e-mailadres worden gestuurd. In beide gevallen kunnen schetsen of foto’s dan nagestuurd worden naar het postbusadres (zie onder). Formulieren kunnen ook via het postbusadres worden aangevraagd. Op de homepage is het overigens ook mogelijk om de  ‘vorderingen’  in de besluitvorming van een melding bij te houden. Op verzoek van CDNA en Gerrit Speek (Vogeltrekstation), zal André van Loon (indien nodig) als intermediair tussen CDNA en ringers optreden. Hij zal aan de hand van opgaven van het Vogeltrekstation en CDNA eventuele niet ingediende documentatie van vangsten van zeldzame vogels alsnog proberen te achterhalen door met de betreffende ringer contact op te nemen.

Ten slotte
Het archief van de CDNA is een openbaar archief. Het staat een ieder vrij om uit het archief te putten voor zijn of haar onderzoek. Zij kunnen hiertoe een verzoek met motivatie indienen bij de voorzitter en archivaris van de CDNA.

Dankwoord
Wij danken Henri Bouwmeester, Jan van der Laan en Holmer Vonk voor hun commentaar op een eerste concept.

Op de website van  Dutch Birding  is de volgende informatie over de CDNA te vinden:
Algemene info over de CDNA.
Specifieke info over de CDNA.
De soorten die worden beoordeeld door de CDNA.
De waarnemingen die in roulatie zijn bij de CDNA.
Het waarnemingsformulier.

Roland van der Vliet, voorzitter CDNA,
p/a CDNA, Postbus 45, 2080 AA Santpoort-Zuid
e-mail:  cdna@dutchbirding.nl

André J. van Loon, ringer 446, contactpersoon ringzaken CDNA

Deze pagina is eerder verschenen:
Vliet van der R. & Loon van A. 2002. De werkwijze van de Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna. Op Het Vinkentouw 96: 15-22.

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 13 februari 2005.


Copyright © 2002-2009  Vogeltrekstation  Heteren  G. Speek        colofon    disclaimer    zoeken    FAQ