Beleid
Uw ringvergunning,
wat mag wel en wat mag niet.

home  →  vogeltrekstation  →  informatie voor ringers  →  wel en niet

VOGELTREKSTATION ARNHEM
Postbus 40, 6666 ZG Heteren      tel: (026) 479 12 34      fax: (026) 472 32 27
e-mail: info@vogeltrekstation.nl      website: www.vogeltrekstation.nl

Eerste publicatie: april 2001
Deze versie: 04 juli 2004

Uw ringvergunning, wat mag wel en wat mag niet.

Tijden veranderen, nieuwe methodes worden ontdekt en in gebruik genomen en daarom is het goed nog eens expliciet te formuleren waartoe uw ringvergunning wel en geen toestemming geeft.

Als u uw ringvergunning nauwkeurig bekijkt dan ziet u o.a. dat u wordt gemachtigd tot het verrichten van de volgende handelingen:

  1. ...het (pogen) te vangen van beschermde vogels.
  2. ...ten einde deze te voorzien van een door het Vogeltrekstation uitgegeven ring of enig ander, met name in deze vergunning genoemd, door haar toegelaten merkteken.
  3. ...daarbij gebruik te maken van de in de vergunning genoemde vangmiddelen.
In gewoon Nederlands betekent het:
  1. dat u de vogelsoorten die in uw ringvergunning staan mag proberen te vangen en daadwerkelijk mag vangen (dat zijn twee verschillende zaken in de wet).
  2. u mag ze alleen maar vangen om die vogels een Vogeltrekstation-ring om te leggen; een ander merkteken (halsband, gekleurde pootring, veerstempel etc.) aanleggen mag alleen als dat exact in uw ringvergunning staat.
  3. dat u de vogels alleen maar mag vangen met behulp van de in de vergunning omschreven vangmiddelen.

Beleid
U mag alleen datgene doen waar uw ringvergunning u toestemming voor geeft.

Wilt u iets doen (bepaalde vogels vangen, bepaalde vangmiddelen gebruiken, bepaalde merktechnieken gebruiken, etc etc) wat niet in uw ringvergunning staat vermeld, dan hebt u daar  DUS  geen toestemming voor.

Naast datgene wat expliciet vermeld is in uw ringvergunning "vraagt" het Vogeltrekstation van u de vangsten zodanig te determineren dat de (onder)soort exact bekend is en, voor zover mogelijk, ook de leeftijd en de sexe van de vogels vast te stellen. Hulpmiddelen daarvoor zijn o.a. de determinatiegidsen waarin per vogelsoort melding wordt gemaakt van kenmerken als grootte, kleur en vorm. De grootte van bepaalde lichaamsmaten (het nemen van biometrische maten als lengte, gewicht, rui, vetgraat etc.) kan een grote rol spelen in het vaststellen van soort, leeftijd en geslacht en is dus een belangrijk hulpmiddel voor de ringer. Bovendien kunnen dergelijke biometrische maten ons waardevolle informatie geven over o.a. conditie.

Het is ondoenlijk om allemaal aan te geven waar uw ringvergunning geen dekking voor geeft. In ieder geval niet voor middelen die een duidelijk groter blijvend effect en ongerief veroorzaken voor de vogel dan de gebruikelijke ring. Voorbeelden van niet toegestane middelen zijn radio- en satelietzenders, het aftappen van bloed en het afknippen van veren.
Wilt u middelen gebruiken waar uw ringvergunning geen dekking voor geeft, dan moet u zich wenden tot het Vogeltrekstation zodat we kunnen beoordelen of de door u gewenste merktekens of determinatiemethoden in uw ringvergunning zijn onder te brengen of dat we u moeten doorsturen naar het Ministerie van LNV of naar een Dier Experiment Commissie van een onderzoeksinstelling.

Gerrit Speek
NIOO-CTE, Vogeltrekstation

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 04 juli 2004.


Copyright © 2002-2009  Vogeltrekstation  Heteren  G. Speek        colofon    disclaimer    zoeken    FAQ